ECLI:NL:CRVB:2001:AB0558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- P.G.M. Zwartkruis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid korting op wachtgelduitkering wegens nieuwe inkomsten
De zaak betreft een geschil over de toepassing van een korting op de wachtgelduitkering van gedaagde, toegekend na ontslag wegens boventalligheid. Gedaagde ontving naast wachtgeld ook een VUT-uitkering en had een deeltijdbetrekking. De korting werd toegepast op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BWOO), dat de bijverdienmogelijkheid vanaf 1 januari 1996 beëindigde.
De rechtbank had het beroep van gedaagde tegen de korting niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij oordeelde dat de uitkeringsspecificatie geen besluit was. De Raad stelt echter dat elke maandelijkse betaling van salaris of uitkering een besluit tot betaling inhoudt, waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn, ook als het besluit niet volledig gemotiveerd is.
De Raad overweegt dat de korting rechtmatig is toegepast conform het BWOO en dat gedaagde geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die dit zouden veranderen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat gedaagde niet in een vergelijkbare situatie verkeert als anderen met garanties.
Ten slotte verduidelijkt de Raad dat slechts wijzigingen in periodieke betalingen als nieuwe besluiten gelden, en dat in dit geval de korting een nieuw besluit vormde. De eerdere uitspraak wordt vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de korting op de wachtgelduitkering blijft gehandhaafd.