ECLI:NL:CRVB:2001:AB1085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- T.L. de Vries
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kinderbijslagbetalingen en toerekening aan kwartalen volgens Algemene Kinderbijslagwet
De Sociale Verzekeringsbank weigerde kinderbijslag aan gedaagde voor haar dochter over meerdere kwartalen tussen 1994 en 1997. De rechtbank vernietigde deze weigering en oordeelde dat de betalingen van gedaagde aan de verzorgers van haar dochter een vast systeem vormden, waardoor aanspraak op kinderbijslag over alle betrokken kwartalen bestond.
De Raad stelt vast dat het geschil draait om de vraag of de betalingen van gedaagde mede bestemd waren voor de in geschil zijnde kwartalen. Uit vaste rechtspraak volgt dat toerekening aan een volgend kwartaal alleen mogelijk is bij een vast systeem van betalingen. De Raad concludeert dat een dergelijk systeem aanwezig is, gezien de vaste betalingstermijnen in mei en oktober en de relatief constante bedragen.
De Raad wijst echter het oordeel van de rechtbank af dat betalingen ook kunnen worden toegerekend aan voorafgaande kwartalen. Tevens oordeelt de Raad dat de bijdragen in 1995 en 1996 onvoldoende waren om aan de onderhoudseis voor de daaropvolgende kwartalen te voldoen, terwijl de betalingen in 1994 wel voldoende waren om doorschuiving toe te staan.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd voor het derde en vierde kwartaal van 1994 en het eerste kwartaal van 1995, waarbij het bestreden besluit wordt vernietigd en de Sociale Verzekeringsbank wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen voor deze kwartalen. Voor het overige wordt de uitspraak vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt gegrond verklaard voor het derde en vierde kwartaal van 1994 en het eerste kwartaal van 1995, met vernietiging van het bestreden besluit voor die kwartalen en opdracht tot nieuw besluit.