ECLI:NL:CRVB:2001:AB1229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.M. van der Kade
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid rechtbank en tijdelijke salarisschaal bij detachering politieambtenaar
Appellant, een politieambtenaar, was tijdelijk gedetacheerd als praktijkdocent bij het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie (LSOP) en ingeschaald in salarisschaal 9 voor de periode 1 april 1994 tot 1 april 2000. Na afloop van deze periode zou hij terugkeren naar zijn oorspronkelijke functie met salarisschaal 7. Appellant maakte bezwaar tegen de tijdelijke inschaling en stelde dat de functie van praktijkdocent geen tijdelijke functie was in de zin van het Besluit Bezoldiging Politie (BBP).
De rechtbank te Amsterdam had zich bevoegd verklaard op grond van een afspraak tussen rechtbanken, maar de Raad oordeelde dat deze afspraak niet strookte met de wettelijke regels inzake relatieve competentie. De Raad verklaarde de onbevoegdheid van de rechtbank Amsterdam voor gedekt en bevestigde dat de rechtbank Haarlem bevoegd was.
De Raad interpreteerde artikel 6, zesde lid, van het BBP en stelde vast dat een functie met tijdelijk karakter ook detachering omvat, waarbij de ambtenaar tijdelijk elders werkzaam is en daarna terugkeert naar de oorspronkelijke functie. De tijdelijke inschaling in schaal 9 was daarom juist toegepast.
Appellants beroep werd ongegrond verklaard. De Raad wees ook op latere wetswijzigingen die deze uitleg bevestigen en concludeerde dat de aangevallen uitspraak bevestigd wordt.
Uitkomst: Hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.