ECLI:NL:CRVB:2001:AB1604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.M. van der Kade
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagbesluit wegens onvoldoende begeleiding allochtone bijstandsmedewerker
Appellant, een allochtone bijstandsmedewerker, werd ontslagen wegens ongeschiktheid voor zijn functie. Hij betwistte dit en stelde dat hem onvoldoende begeleiding en kansen waren geboden om zijn functioneren te verbeteren.
De Raad overwoog dat er een bijzondere inspanningsverplichting rust op de werkgever om allochtone medewerkers gefaseerd te begeleiden en duidelijke criteria te stellen. De begeleiding van appellant was echter 'rommelig' en onvoldoende, mede door wisselingen van begeleiders en een slechte werksfeer.
Psychologische rapportages waren niet doorslaggevend vanwege taalbarrières en appellant had zich op enkele punten verbeterd. Bovendien had appellant een verzoek gedaan voor herplaatsing, wat niet is gehonoreerd, terwijl een korte uitzendperiode elders zonder disfunctioneren aantoonde dat herplaatsing kansrijk was.
De Raad concludeerde dat het ontslagbesluit geen toereikende feitelijke grondslag had en vernietigde het. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en moest opnieuw besluiten met inachtneming van de overwegingen.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag en onvoldoende begeleiding van appellant.