ECLI:NL:CRVB:2001:AB1700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- T.L. de Vries
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet-gelijkgestelde erkenning buitenlandse kinderen
Appellant heeft kinderbijslag aangevraagd voor drie kinderen die in Turkije verblijven en door hem erkend zijn volgens Turks recht. De Sociale Verzekeringsbank weigerde de kinderbijslag omdat de erkenning niet als eigen kinderen in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) kon worden beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de Turkse erkenning niet gelijkgesteld kan worden aan een Nederlandse erkenning vanwege essentiële verschillen in de vereisten, zoals het ontbreken van de noodzaak van voorafgaande schriftelijke toestemming van de moeder in het Turkse recht.
In hoger beroep betoogde appellant dat het onderscheid niet gerechtvaardigd is, mede omdat de moeder geen bezwaar had, en verwees naar een arrest van de Hoge Raad over erkenning door een gehuwde man. De Raad stelde vast dat het criterium is of de buitenlandse rechtsfiguur gelijk is te stellen aan de Nederlandse. Gezien de verschillen in erkenningsvereisten kan de Turkse erkenning niet worden gelijkgesteld.
De Raad oordeelde dat het besluit tot weigering van kinderbijslag terecht is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag omdat de Turkse erkenning niet gelijkgesteld kan worden aan een Nederlandse erkenning.