ECLI:NL:CRVB:2001:AB1794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op werkloosheidsuitkering onderwijs- en onderzoekspersoneel
Appellant was wetenschappelijk onderzoeker bij een universiteit en werd in 1993 ontslagen vanwege beëindiging van financiering. Hij ontving een wachtgelduitkering op grond van het Rijkswachtgeldbesluit (Rwb) met een bijverdienmogelijkheid. Met de invoering van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BWOO) per 1 maart 1994 werd deze bijverdienmogelijkheid beëindigd, met ingang van 1 januari 1996 voor personen als appellant.
Het College van Bestuur (CvB) van de universiteit paste de korting op de uitkering toe vanaf 1 april 1996, waarbij de korting werd berekend op basis van neveninkomsten in april 1996. Appellant maakte bezwaar tegen deze korting, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat het overgangsregime van het BWOO niet rechtszeker was, dat hij onvoldoende tijd had gekregen om zich aan te passen en dat het besluit niet voldoende was gemotiveerd. De Raad oordeelde dat het BWOO vanaf 1 maart 1994 rechtstreeks op appellant van toepassing was en dat het overgangsregime niet in strijd was met rechtszekerheid. Ook was de motivering van het besluit voldoende en was er geen reden om de korting op grond van het evenredigheidsbeginsel buiten toepassing te laten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot korting op de werkloosheidsuitkering van appellant.