ECLI:NL:CRVB:2001:AB2203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende informatie over scholingsweigering
Appellant, voormalig timmerman met LBO-opleiding, kreeg zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering herzien van 55-65% naar 35-45% vanwege weigering deel te nemen aan een verkorte MTS-bouwkunde opleiding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de herziening terecht was gebaseerd op functies met MBO-niveau.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij gegronde redenen had om de opleiding te weigeren en dat hem niet duidelijk was gemaakt dat weigering zou leiden tot de fictie dat hij de opleiding had afgerond. De Raad oordeelde dat toepassing van artikel 12, derde lid, AAW en artikel 21, vierde lid, WAO pas mogelijk is indien betrokkene tijdig en duidelijk is geïnformeerd over de gevolgen van weigering.
Uit de stukken bleek niet dat appellant tijdig en duidelijk was gewaarschuwd. Ook de latere waarschuwingen waren onvoldoende concreet. Daarom was de herziening op basis van de fictie van afgeronde scholing onterecht en berustte de schatting op een ontoereikende arbeidskundige grondslag.
De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde gedaagde in de proceskosten. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende informatie aan appellant over de gevolgen van weigering van scholing.