ECLI:NL:CRVB:2001:AB2442
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen sancties en proceskostenvergoeding in WW-uitkeringszaken
Appellant stelde hoger beroep in tegen twee uitspraken van de rechtbank Den Haag waarin besluiten van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) werden vernietigd. De eerste zaak betrof een sanctie wegens het te laat inleveren van werkbriefjes, waarbij de rechtbank oordeelde dat Lisv wel bevoegd was maar onredelijk gebruik maakte van die bevoegdheid. De tweede zaak ging over een maatregel wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten, waarbij de rechtbank de ingangsdatum van de maatregel wijzigde.
De Raad overweegt dat appellant recht heeft op vergoeding van proceskosten, waaronder verletkosten en reiskosten, maar beperkt deze tot redelijke bedragen omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat het vrijnemen van een gehele nachtdienst noodzakelijk was. De vergoeding wordt begroot op een deel van het loonverlies en reiskosten, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.
Ten aanzien van de maatregel wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten bevestigt de Raad het oordeel van de rechtbank dat appellant zijn verplichtingen niet behoorlijk is nagekomen. Appellant voerde aan dat hij geen sollicitaties hoefde te verrichten omdat hij verwachtte meer werk bij zijn uitzendbureau te krijgen, maar dit standpunt wordt verworpen omdat hij onvoldoende concrete sollicitaties heeft verricht en de verplichting tot minimaal vier sollicitaties per vier weken niet is ontkend.
De Raad vernietigt de uitspraak over de proceskosten in de eerste zaak en veroordeelt Lisv tot vergoeding van de kosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak over de maatregel wegens onvoldoende sollicitatie wordt bevestigd.
Uitkomst: De Raad vernietigt het oordeel over proceskosten en veroordeelt Lisv tot vergoeding, bevestigt de maatregel wegens onvoldoende sollicitatie.