ECLI:NL:CRVB:2001:AB2482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag starterskrediet arbeidsgehandicapte wegens onvoldoende levensvatbaarheid onderneming
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een starterskrediet op grond van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) om een Grieks eethuis te starten. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van levensvatbaarheid van de onderneming. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat het Lisv zich terecht heeft gebaseerd op adviezen van de bezwaararbeidsdeskundige, de registerarbeidsdeskundige en het Instituut voor het Midden en Kleinbedrijf (IMK). Deze adviezen waren goed gedocumenteerd en toegespitst op de objectieve criteria van artikel 30 Wet Pro REA. Het ondernemingsplan en de winstprognose voldeden niet aan de vereisten voor levensvatbaarheid.
Daarnaast ontbrak het appellant aan het vereiste diploma Algemene Ondernemersvaardigheden, wat noodzakelijk is voor het drijven van een restaurant. De onderneming was inmiddels beëindigd wegens onvoldoende rendement. De Raad zag geen reden om het besluit te vernietigen en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot weigering van het starterskrediet wordt bevestigd.