ECLI:NL:CRVB:2001:AB2842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.M. van der Kade
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten tijdelijke aanstelling en ontslag militair wegens onbevoegdheid
Appellant was tijdelijk aangesteld als kapitein bij het beroepspersoneel van de Koninklijke Landmacht op grond van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR). De aanstelling en het daarop volgende ontslag werden door de Staatssecretaris van Defensie genomen zonder koninklijk besluit, terwijl dit volgens het AMAR vereist is.
Appellant maakte bezwaar tegen de aanstelling en het ontslag omdat de modaliteiten niet overeenkwamen met gemaakte afspraken. De Staatssecretaris handhaafde zijn besluiten, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank, die dit ongegrond verklaarde.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de Staatssecretaris niet bevoegd was de aanstellings- en ontslagbesluiten te nemen omdat deze bij koninklijk besluit moeten worden genomen. Hierdoor zijn de besluiten niet rechtsgeldig en worden zij vernietigd. Tevens veroordeelt de Raad de Staat in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De besluiten tot tijdelijke aanstelling en ontslag van appellant worden vernietigd wegens onbevoegdheid van de Staatssecretaris.