ECLI:NL:CRVB:2001:AB3136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering traplift op grond van verhuizing naar niet adequate woning binnen zeven jaar
Appellante, geboren in 1921, verhuisde in 1993 van haar gelijkvloerse woning in gemeente B naar een woning in gemeente D, waar een traplift werd aangebracht vanwege haar handicaps. In 1997 keerde zij terug naar gemeente B en ging wonen in een woning met trap, waarna zij een traplift aanvroeg. De gemeente weigerde deze op grond van de Verordening voorzieningen gehandicapten (artikel 2.9), omdat zij binnen zeven jaar na het aanbrengen van de traplift verhuisde naar een niet adequate woning zonder ergonomische noodzaak.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het beleid van de gemeente niet onredelijk was en dat appellante bewust koos voor een woning zonder traplift. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat geen bijzondere omstandigheden waren die dit rechtvaardigden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de Verordening niet van toepassing was bij verhuizing tussen gemeenten en dat de hardheidsclausule niet voldoende was onderzocht. De Raad overwoog dat de Verordening juist van toepassing is, dat de termijn van zeven jaar geldt en dat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken om af te wijken van het beleid. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de traplift wordt bevestigd.