ECLI:NL:CRVB:2001:AB3252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken postadres in AAW/WAO-procedure
Appellant had tegen een besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen over zijn arbeidsongeschiktheid beroep ingesteld. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen geldig (post)adres had opgegeven in zijn beroepschrift, zoals vereist volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant gaf aan alleen per fax te willen communiceren en weigerde een postadres te verstrekken, ondanks dat hij beschikte over een postbus die hij voor zijn uitkering gebruikte. De rechtbank oordeelde dat een faxnummer niet gelijkgesteld kan worden aan een postadres, omdat officiële stukken nog steeds per post worden verzonden, vaak aangetekend of met ontvangstbevestiging.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig. De Raad benadrukte het belang van het opgeven van een postadres om te waarborgen dat processtukken de geadresseerde daadwerkelijk bereiken. De persoonlijke onvrede van appellant over zijn onteigende woonadres vormt geen reden om het ontbreken van een postadres in deze procedure te verontschuldigen.
De Raad bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wees erop dat het opgeven van een postadres ook kan via een gemachtigde of een postbus, zodat het instellen van beroep niet wordt verhinderd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldig postadres in het beroepschrift.