ECLI:NL:CRVB:2001:AD3796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over herkrijgen werknemerschap na zelfstandige activiteiten onder de Werkloosheidswet
De zaak betreft een geschil over het al dan niet herkrijgen van het werknemerschap van gedaagde na beëindiging van werkzaamheden als zelfstandige en een dienstverband. Gedaagde had zich ingeschreven als zelfstandige en verrichtte al vóór zijn dienstverband werkzaamheden in eigen onderneming. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (appellant) weigerde hem na beëindiging van de dienstbetrekking opnieuw als werknemer te erkennen voor WW-uitkeringsdoeleinden.
De rechtbank had het besluit van appellant vernietigd omdat niet was gebleken dat gedaagde daadwerkelijk als zelfstandige was begonnen vóór 10 september 1996. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat uit fiscale gegevens blijkt dat gedaagde in 1995 al substantiële winst uit onderneming had, wat wijst op daadwerkelijke zelfstandige activiteiten voorafgaand aan het dienstverband.
De Raad concludeert dat gedaagde niet als startende ondernemer kan worden beschouwd en dat de termijn van anderhalf jaar uit artikel 8, tweede lid, WW niet van toepassing is. Hierdoor heeft gedaagde na beëindiging van zijn werkzaamheden bij het bemiddelingsbureau niet het werknemerschap herkregen. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd en het beroep tegen het bestreden besluit alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.