ECLI:NL:CRVB:2001:AD5001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- T.L. de Vries
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering kinderbijslag wegens onduidelijke verblijfplaats kinderen
Appellant verzocht kinderbijslag voor zijn vier kinderen over het vierde kwartaal van 1996, maar de Sociale Verzekeringsbank weigerde dit vanwege onduidelijkheid over de verblijfplaats van drie kinderen. De rechtbank oordeelde dat één kind bij appellant verbleef, maar dat de andere drie tot het huishouden van de moeder behoorden, op basis van de omgangsregeling en het ouderlijk gezag.
In hoger beroep stelde appellant dat de kinderen bij hem verbleven. De Raad overwoog dat de feitelijke situatie bepalend is voor het huishouden waartoe een kind behoort, waarbij het merendeel van de nachtrusttijd op het adres doorslaggevend is. Bij tegenstrijdige verklaringen moet de instantie een uitgebreid en zorgvuldig onderzoek verrichten om de verblijfplaats vast te stellen.
De Raad constateerde dat het onderzoek van de Sociale Verzekeringsbank onvoldoende was, onder meer omdat navraag bij de school niet was gedaan en verklaringen van kinderen en buren de stelling van appellant ondersteunen. Daarom werd het besluit vernietigd en werd de Sociale Verzekeringsbank opgedragen een nieuw besluit te nemen met een gedegen onderzoek.
Daarnaast werd de Sociale Verzekeringsbank veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldig feitenonderzoek bij tegenstrijdige verklaringen over de verblijfplaats van kinderen in kinderbijslagzaken.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van kinderbijslag voor drie kinderen wordt vernietigd en een nieuw besluit wordt bevolen na een zorgvuldig onderzoek.