ECLI:NL:CRVB:2007:BA0288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs huishouden kinderen
Appellant heeft in oktober 2002 kinderbijslag aangevraagd met de stelling dat zijn kinderen al sinds 1998 bij hem wonen, later herzien naar 1999. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft na onderzoek en het horen van zowel appellant als de moeder van de kinderen vastgesteld dat onvoldoende bewijs bestaat dat de kinderen vóór 1 januari 2003 tot het huishouden van appellant behoorden.
De Raad overweegt dat de feitelijke situatie bepalend is voor de vraag tot wiens huishouden een kind behoort, waarbij het merendeel van de voor nachtrust bestemde tijd doorslaggevend is. Door tegenstrijdige verklaringen en een late aanvraag is het onderzoek bemoeilijkt. De Svb heeft naar vermogen een gedegen onderzoek verricht, inclusief school- en familie-informatie, maar deze leverden geen doorslaggevende gegevens op.
De Raad stelt vast dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kinderen al vóór 1 januari 2003 bij hem woonden. Andere gegevens zoals inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie en het wettelijke gezag zijn in dit licht doorslaggevend. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt daarom bevestigd en er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De zitting vond plaats zonder aanwezigheid van appellant, na een verzoek tot uitstel wegens ziekte van zijn gemachtigde, dat werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kinderen vóór 1 januari 2003 tot zijn huishouden behoorden.