ECLI:NL:CRVB:2001:AD5259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- T. Hoogenboom
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit tot vervallenverklaring wachtgeld wegens niet-naleving oproepen
Appellant, voormalig tekenaar bij het Waterschap Zuiveringschap, kreeg eervol ontslag met wachtgeld toegekend. In het kader van het mobiliteitsbeleid werd hij meerdere keren opgeroepen voor gesprekken om werk te vinden, maar hij verscheen niet. Het Waterschap verklaarde daarop het wachtgeld geheel vervallen per 1 september 1998. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen door het Waterschap en de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant inderdaad niet voldeed aan de verplichtingen uit de Wachtgeldverordening, maar dat het volledig vervallen verklaren van het wachtgeld een te zware sanctie is gezien de ernst van de overtreding en omstandigheden. De Raad stelt dat het Waterschap de gebrekkige informatieverstrekking te zwaar heeft meegewogen.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat het Waterschap een nieuwe beslissing moet nemen, met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot het geheel vervallen verklaren van het wachtgeld wordt vernietigd en het Waterschap moet een nieuwe beslissing nemen.