ECLI:NL:CRVB:2001:AD5997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WW-uitkering wegens afwijzing passend werk
Appellante was sinds 1987 werkzaam bij een werkgever en verrichtte financieel/administratieve werkzaamheden. Door een reorganisatie werd zij vanaf 1995 ingezet voor facilitaire taken, waaronder kantinewerkzaamheden. In 1997 werd haar dienstverband ontbonden en zij kreeg een aanbod om haar kantinewerkzaamheden voort te zetten bij een andere werkgever onder dezelfde voorwaarden. Appellante weigerde dit aanbod.
De uitkeringsinstantie weigerde haar WW-uitkering met ingang van 3 november 1997 wegens verwijtbare werkloosheid op grond van artikel 24 WW Pro. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep dit besluit omdat de gronden voor de weigering niet langer worden gehandhaafd en appellante door haar eigen toedoen geen passende arbeid heeft behouden, maar dit niet leidt tot een maatregel wegens benadelingshandeling.
De Raad oordeelt dat het werk bij de nieuwe werkgever passend was en dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij dit werk om lichamelijke, geestelijke of sociale redenen niet kon verrichten. De Raad volgt de uitkeringsinstantie niet in het standpunt dat sprake is van een benadelingshandeling die een blijvende weigering van de uitkering rechtvaardigt.
De Raad veroordeelt de uitkeringsinstantie tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente over de nabetaling van de uitkering vanaf 1 januari 1998. Het primaire besluit en het bestreden besluit worden vernietigd en appellante krijgt alsnog recht op WW-uitkering zonder maatregel.
Uitkomst: Het besluit tot blijvende weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en appellante krijgt alsnog recht op uitkering zonder maatregel.