ECLI:NL:CRVB:2001:AD6338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vervallenverklaring wachtgeld wegens niet verstrekken winstgegevens B.V.
Appellant, voormalig ambtenaar, kreeg eervol ontslag met wachtgeld toegekend op basis van het Rijkswachtgeldbesluit 1959. Na oprichting van een B.V. waarin appellant en zijn echtgenote elk 50% aandelen bezaten, weigerde appellant winstgegevens van deze B.V. te verstrekken aan gedaagde, de Minister van Binnenlandse Zaken, die deze gegevens nodig achtte voor de verrekening van inkomsten met het wachtgeld.
Gedaagde verklaarde daarop het wachtgeld over de jaren 1993 tot en met 1996 geheel vervallen wegens het niet verstrekken van noodzakelijke informatie en vorderde terugbetaling van teveel ontvangen wachtgeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant verplicht was de winstgegevens te verstrekken en dat het niet nakomen van deze verplichting een ernstig verzuim is. Echter, de sanctie van gehele vervallenverklaring over 1993 was onterecht omdat appellant niet tijdig op de hoogte was gesteld van het gewijzigde beleid. Daarom vernietigde de Raad het besluit voor de periode 1 augustus tot en met 31 december 1993 en bepaalde dat gedaagde een nieuwe beslissing moet nemen op het bezwaar.
Het beroep tegen het aanhoudingsbesluit van het wachtgeld werd bevestigd. Verzoeken van appellant tot schadevergoeding wegens materiële en immateriële schade werden afgewezen wegens onvoldoende causaal verband en bewijs. De Raad wees ook een verzoek tot proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het besluit tot vervallenverklaring van het wachtgeld over 1993 is vernietigd en gedaagde moet een nieuwe beslissing nemen; overige besluiten worden bevestigd.