ECLI:NL:CRVB:2001:AB1091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over verrekening van inkomsten uit onderneming met wachtgeld
Appellant, voormalig ambtenaar van het Waterschap Hollands Kroon, ontvangt sinds 1 mei 1994 wachtgeld wegens opheffing van zijn functie. Hij en zijn echtgenote richtten in november 1993 een vennootschap op waarin zij administratieve werkzaamheden verrichtte tegen een salaris. Het waterschap verrekende inkomsten uit deze onderneming met het wachtgeld, waarbij het loon van de echtgenote volledig werd betrokken.
Appellant stelde bezwaar tegen de verrekening van het salaris van zijn echtgenote en het aan hem uitgekeerde dividend, stellende dat het salaris passend was en het dividend een redelijke vergoeding voor zijn investering betrof. De Raad overwoog dat de anticumulatiebepalingen van de Wachtgeldverordening een gelijke benadering van inkomsten uit arbeid en onderneming vereisen en dat het waterschap terecht heeft afgeweken van fiscale gegevens vanwege de bijzondere omstandigheden.
De Raad oordeelde dat het volledig betrekken van de loonkosten van de echtgenote niet redelijk was, mede omdat appellant zelf voldoende tijd en kennis had voor administratieve taken en het bedrijf in opbouw was. Daarom werd een deel van de loonkosten buiten de verrekening gelaten. Het dividend werd als winstuitkering beschouwd en terecht meegenomen in de anticumulatie. De Raad vernietigde het bestreden besluit voor het te veel verrekende bedrag en veroordeelde het waterschap tot terugbetaling met rente en proceskosten.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit deels en stelt het te verrekenen inkomen uit onderneming vast op f 23.394,67, met terugbetaling van een te veel verrekend bedrag aan appellant.