ECLI:NL:CRVB:2001:AD7548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Traplift geweigerd ondanks medische noodzaak wegens onvoldoende onderzoek huishoudelijke hulp
Gedaagde vroeg in 1997 om woningaanpassingen, waaronder een traplift, op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten. De traplift werd geweigerd omdat de gemeente meende dat gedaagde met huishoudelijke hulp de was kon doen en de bovenverdieping niet volledig hoefde te gebruiken.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, omdat het niet aannemelijk was dat gedaagde zonder traplift normaal gebruik van haar woning kon maken. De gemeente ging in hoger beroep, stellende dat huishoudelijke hulp de was kon doen en dat het niet noodzakelijk was de traplift te verstrekken.
De Raad overweegt dat het criterium ergonomische beperkingen ook essentiële huishoudelijke werkzaamheden omvatten en dat onvoldoende is onderzocht of huishoudelijke hulp deze taken adequaat kan uitvoeren. Daarom kan het besluit tot weigering van de traplift niet standhouden. De Raad bevestigt het vernietigde besluit en veroordeelt de gemeente tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de traplift wordt vernietigd en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen.