ECLI:NL:CRVB:2001:AD8380
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen terugvordering bijstand en beslaglegging
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde een terugvordering in van bijstand aan gedaagde wegens verzwegen inkomsten uit arbeid. Gedaagde had een betalingsachterstand en er werd beslag gelegd op zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering. Gedaagde stelde dat het beslag onterecht was, maar de rechtbank vernietigde het besluit van de gemeente wegens strijd met het bestuursrecht.
De gemeente stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. De president van de Centrale Raad van Beroep overwoog dat de beslaglegging niet evident onterecht was en dat gedaagde voldoende op de hoogte was gesteld van zijn betalingsverplichtingen. De president achtte de kans groot dat de oorspronkelijke uitspraak niet in stand zou blijven.
Daarom werd de werking van de uitspraak van de rechtbank geschorst totdat op het hoger beroep werd beslist. Tevens werd vastgesteld dat het instellen van het hoger beroep tijdig was en ontvankelijk werd verklaard. De zaak betreft de toepassing van artikel 78c van de Algemene bijstandswet en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om terugvordering en beslaglegging toe te passen.
Uitkomst: De president van de Centrale Raad van Beroep schorst de werking van de uitspraak van de rechtbank en bevestigt de rechtmatigheid van het beslag op de bijstandsuitkering.