ECLI:NL:CRVB:2001:AD8572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- T.L. de Vries
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over herziening en terugvordering nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet
De Sociale Verzekeringsbank (appellant) kende aan gedaagde een nabestaandenuitkering toe op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Later werd een fout geconstateerd in de vaststelling van het inkomen, waardoor de uitkering te hoog was toegekend. Appellant herzag de uitkering met terugwerkende kracht en vorderde de teveel betaalde bedragen terug. Gedaagde maakte bezwaar en stelde dat zij de fout niet kon begrijpen omdat zij alle benodigde inkomensgegevens had verstrekt en appellant had aangegeven dat het inkomen geen invloed had op de uitkering.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit tot herziening en terugvordering. Appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat gedaagde redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat er een fout was gemaakt, mede gelet op het informatiemateriaal dat zij had ontvangen en de tegenstrijdigheid tussen de motivering van het oorspronkelijke besluit en de folderinformatie.
De Raad stelde vast dat de beleidsregels van appellant en de parlementaire geschiedenis van de Wet boeten aangeven dat alleen in uitzonderlijke gevallen sprake kan zijn van dringende redenen om af te zien van herziening. Dit was hier niet het geval. De Raad oordeelde dat appellant terecht de herziening en terugvordering toepaste en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze het bezwaar gegrond had verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de nabestaandenuitkering blijven in stand.