ECLI:NL:CRVB:2001:AD9466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat rijschoolhouders zelfstandige ondernemers zijn en geen fictieve dienstbetrekking bestaat
In deze zaak heeft het Landelijk instituut sociale verzekeringen hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam die oordeelde dat de rijschoolhouders zelfstandig ondernemers zijn en geen fictieve dienstbetrekking met de gedaagde, Autorijschool [X.] V.O.F., bestond.
De rechtbank stelde vast dat de rij-instructeurs ondernemersrisico liepen, onder andere door de aanschaf en het intensieve gebruik van eigen lesauto's, en dat zij zelfstandig hun leerlingen konden werven. De appellant stelde dat er sprake was van een fictieve dienstbetrekking, onder meer omdat slechts 25% van de leerlingen door de instructeurs zelf werd geworven en er sprake was van economische afhankelijkheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de kenmerken van zelfstandige ondernemerschap duidelijk aanwezig waren en verwierp de stellingen van appellant. De Raad bevestigde dat de gedaagde als faciliterend servicebureau opereerde en dat de betrokken rijschoolhouders als zelfstandige ondernemers functioneerden zonder een dienstbetrekking.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden vonnis, veroordeelde appellant in de proceskosten en legde een recht van f 722,-- op aan appellant.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de rijschoolhouders zelfstandige ondernemers zijn zonder fictieve dienstbetrekking en verklaart het beroep van gedaagde gegrond.