ECLI:NL:CRVB:2001:AE1353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Ch. de Vrey
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens door afkoopwaarde lijfrente
Appellant betwistte de beëindiging van zijn bijstandsuitkering door het College van burgemeester en wethouders van Leidschendam, omdat hij beschikte over vermogen dat de vermogensgrens volgens de Algemene bijstandswet (Abw) overschreed. Dit vermogen bestond uit de afkoopwaarde van een in 1980 afgesloten Lijfrente Koopsom Plan.
Appellant voerde aan dat afkoop van deze polis redelijkerwijs niet van hem kon worden verlangd omdat het een pensioenvoorziening betrof. Tevens stelde hij dat er sprake was van ongelijke behandeling ten opzichte van personen met een niet-afkoopbare pensioenpolis.
De Raad stelde vast dat de afkoopwaarde van het lijfrenteplan het vrijgestelde bedrag ruimschoots overtrof en oordeelde dat het afkopen redelijkerwijs van appellant kon worden verlangd. Het gelijkheidsbeginsel faalde omdat personen met een niet-afkoopbare polis niet vergelijkbaar zijn met appellant die wel kon afkopen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De beëindiging van de bijstandsuitkering wordt bevestigd omdat het afkopen van de lijfrente redelijkerwijs van appellant kan worden verlangd.