ECLI:NL:CRVB:2001:AE1367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering uitloopbevordering en ontslag wegens onverenigbaarheid karakters
Betrokkene, sinds 1973 werkzaam bij de gemeente Rotterdam, vervulde diverse functies waaronder hoofd Straat- en Rivierhandel en later assistant to the manager bij de Dienst Midden- en Kleinbedrijf, Marktwezen en Vrij-Entrepot (DMKMV). In 1989 werd hem een mogelijke uitloopbevordering naar schaal 10 in het vooruitzicht gesteld, afhankelijk van een positieve schriftelijke beoordeling over een werkbare periode van circa zes maanden. Na kritiek op zijn functioneren en een periode van arbeidsongeschiktheid werd deze bevordering in 1993 geweigerd.
Na terugkeer in een nieuwe functie ontstonden conflicten met de directeur van de DMKMV, wat leidde tot langdurige verstoorde werkverhoudingen. Bemiddelingspogingen, ook onder auspiciën van de wethouder Personeelszaken, slaagden niet. Uiteindelijk verleende het College betrokkene per 1 juni 1999 eervol ontslag wegens onverenigbaarheid van karakters, met een ontslaguitkering van 70% van het gebruikelijke wachtgeldpercentage. Betrokkene maakte bezwaar tegen het ontslag en de hoogte van de uitkering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat betrokkene niet voldeed aan de voorwaarden voor de uitloopbevordering, omdat hij niet voldoende functioneerde gedurende de vereiste periode. Ook bevestigt de Raad het ontslagbesluit, aangezien de werkrelatie onherstelbaar was en het College bevoegd was tot ontslag. De Raad wijst een hogere ontslaguitkering af en bevestigt het besluit van 20 februari 2001 dat de uitkering gelijk is aan het reguliere wachtgeld. Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van de uitloopbevordering en het eervol ontslag met reguliere ontslaguitkering.