ECLI:NL:CRVB:2001:AE1369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het ontslag van burgemeester zonder eervol ontslag vanwege belangenverstrengeling
Appellant is ontslagen als burgemeester wegens gedragingen die het aanzien van het ambt schaden, waarbij het predikaat eervol is onthouden. Na vernietiging van het eerdere besluit wegens motiveringsgebrek, handhaafde de Minister het besluit op bezwaar met een nadere motivering en verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De Raad oordeelt dat appellant niet opnieuw gehoord hoefde te worden, dat de beleidslijn van de Minister om bij schending van integriteitsnormen het predikaat eervol te onthouden niet onaanvaardbaar is, en dat de concrete omstandigheden van appellant geen afwijking rechtvaardigen. De belangenverstrengeling en eerdere veroordeling van appellant wegen zwaar.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat niet alle gevallen van in opspraak geraakte burgemeesters vergelijkbaar zijn en er onderzoek plaatsvond naar de gronden van ontslag. De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag zonder het predikaat eervol blijft gehandhaafd.