ECLI:NL:CRVB:2001:AE8310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing vaste aanstelling na negatieve proeftijdbeoordeling ambtenaar
Appellante was tijdelijk in dienst bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat en solliciteerde naar een vaste aanstelling en hogere functies. Haar tijdelijke aanstelling liep tot 1 augustus 1998, waarna zij geen vast dienstverband kreeg vanwege een negatieve beoordeling over haar functioneren tijdens de proeftijd.
Zij maakte bezwaar tegen verschillende besluiten, waaronder de beoordeling, de afwijzing van sollicitaties en het niet-verlenen van een vaste aanstelling. Deze bezwaren werden door de rechtbanken en de Centrale Raad van Beroep als niet-ontvankelijk of ongegrond verklaard.
De Raad oordeelde dat de beoordeling van appellantes functioneren voldoende was onderbouwd, met kritiek op haar kennis, zelfstandigheid, beleidsmatige invulling, communicatie en werkhouding. Ook was geen sprake van een reëel loopbaanperspectief naar de door haar geambieerde hogere functies, waardoor bezwaar tegen afwijzing van sollicitaties niet ontvankelijk was.
Verder was de Raad van oordeel dat het ministerie niet verplicht was de tijdelijke aanstelling te verlengen of een verbetertraject aan te bieden, mede omdat appellante een begeleidingsplan had geweigerd. De Raad bevestigde daarmee alle bestreden uitspraken en wees de klachten van appellante af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de vaste aanstelling en de niet-ontvankelijkheid van bezwaren tegen sollicitaties en beoordeling.