ECLI:NL:CRVB:2001:AE8526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Beëindiging financiële tegemoetkoming bovenregionaal vervoer gehandicapte bevestigd
Appellante, een gehandicapte woonachtig in [woonplaats], maakte aanspraak op een financiële tegemoetkoming voor bovenregionaal vervoer. De gemeente Delft beëindigde deze tegemoetkoming per 1 januari 1999 en kende een eenmalige overgangsvergoeding toe. Appellante stelde dat zij door het wegvallen van de vergoeding in sociaal isolement zou raken vanwege haar bovenregionale contacten met familie en vrijwilligersorganisaties.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad overwoog dat de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG) de gemeente slechts verplicht om vervoersvoorzieningen te verlenen voor deelname aan het maatschappelijk verkeer binnen het naaste woon- en leefmilieu, tenzij sprake is van uitsluitend door persoonlijk bezoek te handhaven bovenregionale contacten die bij wegvallen tot sociaal isolement leiden.
De Raad vond onvoldoende bewijs dat appellante in een dergelijke uitzonderingssituatie verkeert. Zij onderhoudt nog contacten binnen [woonplaats], waar ook twee van haar kinderen wonen. Bovendien ligt het primair bij de vrijwilligersorganisaties om de reiskosten van hun vrijwilligers te compenseren. Daarom is de beëindiging van de tegemoetkoming in overeenstemming met de WVG.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de financiële tegemoetkoming voor bovenregionaal vervoer omdat geen sociaal isolement dreigt.