ECLI:NL:CRVB:2001:AE8544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht van losse krachten in meldkamer taxiondernemingen niet aangenomen
Het geschil betreft de verzekeringsplicht van losse krachten, eigen rijders die op afroep werkzaamheden verrichten in de meldkamer van een samenwerkingsverband van taxiondernemingen. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) nam deze krachten aan als verzekeringsplichtig, stellende dat zij in privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden. De rechtbank Rotterdam vernietigde dit besluit en verklaarde het beroep van gedaagde gegrond.
In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de vraag of de losse krachten verzekeringsplichtig zijn op grond van artikel 3 van Pro de sociale werknemersverzekeringswetten. De Raad oordeelt dat de werkzaamheden van de losse krachten niet primair gericht zijn op het aanvullen van eigen inkomsten, maar op het verzekeren van de ongestoorde voortgang van de meldkamer, een essentiële faciliteit voor alle aangesloten ondernemingen.
De Raad acht het niet aannemelijk dat er sprake is van een gezagsverhouding, mede omdat het niet meer oproepen van losse krachten geen reële mogelijkheid tot gezagsuitoefening inhoudt. Het feit dat zij samen met werknemers in dienstbetrekking werken en dat de werkzaamheden essentieel zijn voor de bedrijfsvoering, zijn onvoldoende indicaties voor gezag. De Raad bevestigt daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de losse krachten niet onder gezag werken en niet verzekeringsplichtig zijn.