ECLI:NL:CRVB:2001:AE8567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van eigenbijdrageregeling AWBZ ondanks bezwaar appellante
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten waarbij haar eigen bijdrage Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) werd vastgesteld en herzien. Zij voerde aan dat de regeling ongerechtvaardigde ongelijke behandeling naar status en geslacht bevatte en dat zij nog een eigen huishouding voerde.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het onderscheid tussen gehuwde en ongehuwde verzekerden gebaseerd is op het voortzetten van een eigen huishouding, wat een objectieve rechtvaardigingsgrond vormt. De stelling van appellante dat zij een eigen huishouding voert, werd niet aannemelijk geacht, mede omdat haar bezoeken aan het adres waar zij ingeschreven staat kortdurend en afgenomen waren.
Verder werd geen ongerechtvaardigd onderscheid naar geslacht vastgesteld. Ook werd het bezwaar over de onpartijdigheid bij het horen verworpen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en vond geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De besluiten tot vaststelling van de eigen bijdrage bleven daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de besluiten tot vaststelling van de eigen bijdrage AWBZ en verklaart het beroep van appellante ongegrond.