ECLI:NL:CRVB:2001:AE8568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toepassing hardheidsclausule bij persoonsgebonden budget AWBZ
Appellante, een verstandelijk gehandicapte met intramurale indicatie, ontving een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Regeling 1997. Na bezwaar tegen het toegekende budget van ¦ 65.000,-- minus ¦ 25.000,-- voor dagbesteding in natura, werd dit door het contactkantoor afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overwoog dat het budget behorend bij de geïndiceerde budgetcategorie in beginsel toereikend is voor de benodigde zorg, en dat de subjectieve wens van appellante niet maatgevend is. De hardheidsclausule kan slechts in zeer bijzondere gevallen worden toegepast wanneer het budget evident onredelijk is, hetgeen hier niet het geval is.
De zorgbehoefte van appellante is door deskundigen zorgvuldig geïnventariseerd, waarbij geen aanwijzingen zijn gevonden voor een bovengemiddelde zorgbehoefte of bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. De Raad concludeert dat het contactkantoor in redelijkheid het advies van de indicatiecommissie mocht volgen en het bestreden besluit in stand kan blijven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de hardheidsclausule en handhaaft het toegekende persoonsgebonden budget.