ECLI:NL:CRVB:2001:AE8575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vaste aanstelling na negatieve proeftijdbeoordeling ambtenaar
Appellante was tijdelijk in dienst bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en solliciteerde naar meerdere functies binnen de organisatie. Haar tijdelijke aanstelling liep tot 1 augustus 1998, waarna zij geen vast dienstverband kreeg vanwege een negatieve beoordeling over haar functioneren tijdens de proeftijd.
Zij maakte bezwaar tegen verschillende besluiten, waaronder de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar tegen haar aanstelling, de afwijzing van haar sollicitaties en de negatieve beoordeling. De Raad oordeelde dat de bezwaren tegen de sollicitatieafwijzingen terecht niet-ontvankelijk waren omdat de functies niet binnen een logisch loopbaanperspectief vielen.
De beoordeling van appellantes functioneren was negatief vanwege onvoldoende beleidsmatige invulling, onvoldoende zelfstandigheid, en een niet-coöperatieve werkhouding. De Raad vond dat de beoordeling op voldoende feitelijke gronden berustte.
De beslissing om haar geen vast dienstverband aan te bieden werd bevestigd, waarbij de Raad oordeelde dat het ministerie niet verplicht was haar proeftijd te verlengen of haar elders te herplaatsen. Ook werd geen schadevergoeding toegekend.
De Raad wees verder bezwaren over procedurele aspecten af en bevestigde alle bestreden uitspraken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het vaste dienstverband na negatieve proeftijdbeoordeling en verklaart bezwaren tegen sollicitatieafwijzingen niet-ontvankelijk.