ECLI:NL:CRVB:2001:AI5649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente over onterecht onthouden periodieke uitkering vervolgingsslachtoffer
Eiser, geboren in 1934, vroeg in januari 1995 een periodieke uitkering aan als vervolgingsslachtoffer. Na een aanvankelijk negatief besluit in november 1995, gebaseerd op een medisch rapport, werd na bezwaar en aanvullend psychiatrisch onderzoek in november 1996 de uitkering alsnog toegekend met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1995.
Eiser vorderde vervolgens vergoeding van wettelijke rente over de periode dat de uitkering ten onrechte was onthouden. De Pensioen- en Uitkeringsraad weigerde dit grotendeels, met als argument dat de rentevergoeding pas vanaf de datum van het bezwaarbesluit verschuldigd was.
De Raad oordeelt dat het primaire besluit van november 1995 onrechtmatig was en dat de schade die eiser daardoor leed, waaronder de gemiste rente, voor vergoeding in aanmerking komt. De wettelijke rente moet worden berekend over de bruto-uitkering vanaf 14 augustus 1996 tot de datum van betaling.
De Raad vernietigt het bestreden besluit, beveelt de Pensioen- en Uitkeringsraad tot vergoeding van de gevorderde rente en veroordeelt haar in de proceskosten van eiser. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De Pensioen- en Uitkeringsraad wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over de onterecht onthouden uitkering en de proceskosten van eiser.