ECLI:NL:CRVB:2001:AL1315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht ondanks ondernemersverklaring in audiovisuele branche niet van toepassing
Appellante, een onderneming in de audiovisuele sector, voerde in hoger beroep tegen het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) dat de correctienota’s over de jaren 1991-1995 ten onrechte waren opgelegd. Het geschil betrof de verzekeringsplicht van personen die reclameboodschappen inspreken, ondanks dat zij beschikten over een ondernemersverklaring audiovisuele branche (OVAV).
De Raad oordeelde dat de verzekeringsplicht terecht was aangenomen op grond van artikel 3 van Pro de sociale werknemersverzekeringswetten, omdat tussen appellante en de betrokkenen een gezagsverhouding bestond. Het convenant waarop de OVAV is gebaseerd, was niet van toepassing op appellante omdat zij niet was aangesloten bij de contractspartijen van het convenant. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellante niet in dezelfde positie verkeerde als werkgevers die wel aangesloten waren.
Verder verwierp de Raad het standpunt dat het jaar 1995 niet representatief was en dat de onderzoeksresultaten ten onrechte waren geëxtrapoleerd naar andere jaren. Ook het beroep op artikel 9, lid 7, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering werd afgewezen omdat een individuele aanvraag ontbrak. De Raad bevestigde het bestreden besluit en verwierp de bezwaren van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verzekeringsplicht ondanks de ondernemersverklaring en wijst het hoger beroep van appellante af.