ECLI:NL:CRVB:2005:AT2952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht freelance geluidstechnici ondanks OVAV-convenant
Appellante exploiteert geluidsstudio's en maakt gebruik van freelance geluidstechnici. Na een looncontrole stelde het UWV vast dat appellante voor de jaren 1996-2000 ten onrechte geen verzekeringsplicht had aangenomen voor deze freelancers. Correcties en boetes werden opgelegd, waarvan de boete over 2000 niet meer in geschil was.
Appellante voerde aan dat de freelancers onder het OVAV-convenant vielen en dat er geen sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking vanwege vervangingsmogelijkheden en zelfstandigheid. De Raad oordeelde dat appellante niet bij het convenant was aangesloten en hieraan geen rechten kon ontlenen. Ook was de groep freelancers niet zo heterogeen dat een groepsbeoordeling onvoldoende was.
De Raad stelde vast dat de freelancers verplicht persoonlijk arbeid verrichtten, dat de betaling als loon moest worden gezien en dat er een gezagsverhouding bestond, mede door de aard van het werk en de kwaliteitsvereisten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat premieplicht van rechtswege ontstaat en geen sprake was van ondubbelzinnige toezeggingen door het UWV.
De uitspraak van de rechtbank Utrecht werd bevestigd, waarmee de correctienota's gehandhaafd blijven en de verzekeringsplicht van de freelancers is vastgesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de freelancers in privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden en verzekeringsplichtig waren, en wijst het beroep van appellante af.