ECLI:NL:CRVB:2001:BB5184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J. Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen intrekking WAO-uitkering
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Rotterdam waarin haar verzoek om herziening van een intrekkingsbesluit van haar WAO-uitkering werd afgewezen. De intrekking van de WAO-uitkering dateert uit 1973, en het beroep daarop was reeds ongegrond verklaard door de toenmalige Raad van Beroep. Appellante probeerde in 1999 alsnog met terugwerkende kracht beroep aan te tekenen tegen die oude beschikking.
De rechtbank interpreteerde dit als een verzoek om herziening op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de uitspraak van de rechtbank niet valt onder de herzieningsbepalingen van de Awb, maar onder titel 8.4 van de Awb, waardoor hoger beroep tegen deze uitspraak niet mogelijk is volgens artikel 18, eerste lid, van de Beroepswet.
De Raad voegde toe dat in zeer bijzondere omstandigheden een hoger beroep mogelijk zou kunnen zijn, maar dat die omstandigheden hier niet zijn aangetoond. Daarom verklaarde de Raad zich onbevoegd om het hoger beroep te behandelen en wees het beroep af. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Janssen en leden Bolt en Wolleswinkel op 13 juli 2001.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd het hoger beroep te behandelen en wijst het beroep af.