ECLI:NL:CRVB:2001:BJ7820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens herhaaldelijk te laat komen van penitentiair inrichtingswerker
Appellant, werkzaam als penitentiair inrichtingswerker sinds 1989, werd ontslagen wegens herhaaldelijk te laat komen binnen een periode van enkele maanden in 1998. Eerder had appellant al meerdere waarschuwingen en een voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van twee jaar gekregen vanwege soortgelijk plichtsverzuim.
De Raad stelde vast dat appellant ten minste vijf keer te laat op het werk verscheen tussen maart en juli 1998, ondanks dat appellant enkele keren een beroep deed op persoonlijke omstandigheden en medische problemen. De Raad oordeelde dat appellant voldoende was gewezen op de onaanvaardbaarheid van zijn gedrag en dat het plichtsverzuim hem volledig kon worden toegerekend.
Het beroep van appellant dat het ontslag onredelijk en willekeurig zou zijn, werd verworpen. De Raad vond het disciplinaire beleid, waarbij bij vier overtredingen binnen zes maanden een zware straf kan volgen, niet onacceptabel gezien het belang van stipte aanwezigheid in een penitentiaire inrichting.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het ontslagbesluit en zag geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd op 13 december 2001 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens herhaaldelijk te laat komen wordt bevestigd.