ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging vervoersvergoeding woon-werkverkeer op grond van redelijke afstandsgrens
Appellant ontving een vergoeding voor het gebruik van de auto voor woon-werkverkeer, die door gedaagde werd verlaagd van f 124,63 naar f 26,80 per werkdag. Dit besluit was gebaseerd op de redelijke afstandsgrens van 30 km enkele reis en de verwachting dat appellant zich zou inspannen om de afstand te verkleinen, bijvoorbeeld door te verhuizen of ander werk te zoeken.
Appellant maakte bezwaar tegen deze verlaging, maar dit werd door gedaagde ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat de discretionaire bevoegdheid van gedaagde de rechterlijke toetsing kon doorstaan. Appellant voerde onder meer aan dat er geen formele aanzegging was gedaan om te verhuizen en dat zijn persoonlijke omstandigheden niet waren meegewogen, maar deze argumenten werden verworpen.
In hoger beroep stelde appellant dat hij niet kon of wilde verhuizen vanwege hogere huizenprijzen in de regio Veenendaal. De Raad oordeelde dat de gehanteerde gedragslijn van gedaagde, waarbij een vergoeding wordt gegeven voor maximaal 30 km enkele reis, ook in dit geval standhoudt. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigden. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de vervoersvergoeding voor appellant.