ECLI:NL:CRVB:2002:AD9257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil declaratie tandheelkundige behandeling en belanghebbendheid appellante
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van de Stichting Centrale Zorgverzekeraars om akkoord te gaan met de declaratiecode C45 voor een gnathologische tandheelkundige behandeling. De Stichting had de behandeling zelf wel gemachtigd, maar betwistte de declaratiecode en stelde dat code C25 van toepassing was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het geschil betrekking had op de declaratiehoogte tussen tandarts en zorgverzekeraar en appellante geen rechtstreeks belanghebbende was. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat het geschil over de declaratiecode een civielrechtelijk geschil is tussen de tandarts en de Stichting, niet een publiekrechtelijke beslissing waartegen beroep mogelijk is.
Hierdoor is het bezwaar van appellante terecht niet-ontvankelijk verklaard. De Raad benadrukte dat het belang van appellante niet rechtstreeks betrokken is bij het besluit over de declaratiecode, aangezien de behandeling zelf is gemachtigd en het declaratiegeschil volgens de overeenkomst tussen tandarts en Stichting door een speciale commissie moet worden behandeld.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De Raad sprak het vonnis uit in aanwezigheid van de griffier en de voorzitter en leden van de Raad.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is bij het declaratiegeschil.