ECLI:NL:CRVB:2002:AD9652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- J.H. van Kreveld
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraak op bijzonder verlof voor fiscale activiteiten kaderlid politiebond
Appellant, werkzaam bij de politieregio, verzocht om bijzonder verlof voor activiteiten als kaderlid van de Nederlandse Politie Bond (NPB), waaronder fiscale dienstverlening aan leden. De korpsbeheerder verleende verlof voor bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten, maar niet voor fiscale activiteiten. Na bezwaar werd dit besluit gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 35, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp), dat politieambtenaren aanspraak geeft op betaald verlof voor bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten die de doelstellingen van de bond ondersteunen, tenzij de dienstbelangen zich verzetten. Appellant stelde dat fiscale activiteiten binnen deze doelstellingen vielen en van vertegenwoordigende aard waren.
De Raad oordeelde dat het verlof alleen geldt voor activiteiten die bestuurlijk of vertegenwoordigend zijn en een voldoende direct verband houden met arbeidsomstandigheden. De fiscale dienstverlening werd als onvoldoende direct verband houdend met arbeidsomstandigheden beoordeeld. Daarom had appellant geen recht op betaald verlof voor deze activiteiten. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en deed de uitspraak in het openbaar op 31 januari 2002.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op bijzonder verlof met behoud van bezoldiging voor fiscale activiteiten namens de politiebond.