ECLI:NL:CRVB:2002:AD9974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- G. Van der Wiel
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke heroverweging WAO-uitkering en toepassing art. 6 EVRM
In deze zaak gaat het om het bezwaar van een werkgever tegen een besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) tot toekenning van een WAO-uitkering aan een werknemer met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
De rechtbank had het besluit vernietigd op grond dat de artikelen 88c en 88g van de WAO in strijd zouden zijn met artikel 6 EVRM Pro, omdat deze artikelen de werkgever verhinderen inzage te krijgen in medische gegevens zonder toestemming van de werknemer. De Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel vernietigd en geoordeeld dat artikel 6 EVRM Pro alleen van toepassing is op rechterlijke procedures en niet op de bestuursrechtelijke bezwaarprocedure.
De Raad benadrukt dat hoewel de medische besluitenregeling in strijd is met art. 6 EVRM Pro in rechterlijke procedures, dit niet betekent dat in de bezwaarschriftprocedure dezelfde waarborgen gelden. Dit kan ertoe leiden dat werkgevers rechterlijke procedures starten om medische gegevens te verkrijgen. De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de werkgever tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk omdat na inzage van de medische gegevens geen inhoudelijke bezwaren meer bestaan.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen het bestreden besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard na inzage in medische gegevens.