ECLI:NL:CRVB:2002:AE0906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- G. van der Wiel
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit premiedifferentiatie WAO inzake arbeidsongeschiktheidsuitkering
Appellante, een aannemingsbedrijf, maakte bezwaar tegen het besluit van 5 september 1997 waarbij haar gedifferentieerde premie WAO voor 1998 werd vastgesteld. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verklaarde dit bezwaar ongegrond. De rechtbank 's-Hertogenbosch vernietigde dit besluit echter omdat gedaagde pas in de beroepsfase inzicht gaf in de medische gegevens die ten grondslag lagen aan de toekenning van een WAO-uitkering aan een ex-werknemer, de heer B.
De rechtbank oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat de heer B. gedurende zijn dienstverband doorlopend arbeidsongeschikt was en dat de intrekking van zijn eerdere WAO-uitkering terecht was. Appellante stelde subsidiair dat het Besluit premiedifferentiatie WAO ook van toepassing zou moeten zijn op vóór 29 december 1995 toegekende uitkeringen, maar de rechtbank verwierp dit omdat de wetgever geen overgangsregeling had getroffen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het vonnis van de rechtbank. De Raad vond de tekst van het Besluit premiedifferentiatie WAO duidelijk en oordeelde dat het niet aan de rechter is om een leemte in de wet te vullen. Het hoger beroep van appellante werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.