ECLI:NL:CRVB:2005:AT1539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedifferentieerde premievaststelling bij samengestelde arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de gedifferentieerde premie WAO voor de jaren 1998 en 2000. Appellante betwistte dat de WAO-uitkering toegekend aan een werknemer, die opnieuw arbeidsongeschikt werd tijdens het dienstverband, volledig aan haar toegerekend mocht worden, gezien de samengestelde oorzaak van de arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het Besluit premiedifferentiatie WAO, met name artikel 4, vijfde lid, onder b, niet van toepassing is op uitkeringen toegekend vóór de inwerkingtreding van artikel 43a van de WAO. De berekening van de premie moet plaatsvinden op grond van artikel 4, tweede lid, en vijfde lid, onder a, waarbij de werkgever ten tijde van het intreden van de arbeidsongeschiktheid verantwoordelijk is.
De Raad verwierp het betoog van appellante dat bij een samengestelde oorzaak van arbeidsongeschiktheid een premietoerekening naar rato van de oorzaken zou moeten plaatsvinden. De eerdere arbeidsongeschiktheid en de nieuwe arbeidsongeschiktheid werden als afzonderlijke oorzaken beschouwd. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank Roermond en wees de beroepen van appellante af.
De Raad deed geen uitspraak over proceskosten en bevestigde de bestreden uitspraken. De procedure werd gevoerd zonder aanwezigheid van partijen tijdens de zitting van 25 januari 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de gedifferentieerde premie volledig wordt toegerekend aan de werkgever ten tijde van het intreden van de arbeidsongeschiktheid.