ECLI:NL:CRVB:2002:AE1343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.M. van der Kade
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over inhouding loonheffing bij uitbetaling vakantiedagen
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van de gemeente Skarsterlân inzake de inhouding van loonheffing bij de uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen na zijn ontslag. De gemeente had in 1996 loonheffing ingehouden op basis van het toen geldende bijzondere tarief van 50%, terwijl appellant stelde dat het tarief van 38% uit 1994 had moeten gelden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bezwaar tegen de inhouding van loonheffing niet door de gemeente behandeld had mogen worden, maar door de belastinginspecteur. Dit volgt uit artikel 24 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dat een administratieve route via de belastinginspecteur en belastingrechter voorschrijft.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking hadden op de loonheffing. De zaak wordt terugverwezen zodat de gemeente het bezwaar doorzendt naar de belastinginspecteur. Voor het overige bleef de uitspraak in stand. Tevens werd appellant het betaalde griffierecht vergoed.
De Raad wees appellant er op dat correcties op het bijzondere tarief via de inkomstenbelastingaanslag kunnen plaatsvinden. Er werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de inhouding van loonheffing is niet-ontvankelijk verklaard bij de gemeente en het besluit is vernietigd voor dat onderdeel.