ECLI:NL:CRVB:2002:AE2699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering in verband met dividenduitkeringen uit immateriële schadevergoeding
Appellante ontving een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en belegde een ontvangen immateriële schadevergoeding in beleggingsfondsen. De gemeente Zutphen rekende de dividenduitkeringen uit deze beleggingen als inkomen en herzag de bijstandsuitkering, waarna terugvordering volgde.
De rechtbank oordeelde dat de dividenduitkeringen als middelen in aanmerking moeten worden genomen, maar dat de terugvordering onterecht was vanwege de dividendbelasting en het karakter van de uitkering. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat dividenduitkeringen uit immateriële schadevergoeding als inkomen gelden, maar stelt dat de terugvordering slechts kan plaatsvinden tot het netto bedrag na dividendbelasting en dat het besluit tot herziening en terugvordering niet in stand kan blijven.
De Raad beveelt dat de gemeente een nieuw besluit op bezwaar neemt over de terugvordering van kosten van bijstand over 1997, rekening houdend met de dividenduitkeringen en de belasting. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente in de proceskosten van appellante in hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand op basis van dividenduitkeringen wordt vernietigd en de gemeente dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen.