ECLI:NL:CRVB:2002:AE2705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering belastingteruggave bijstand 1996
Appellante ontving in 1996 een bijstandsuitkering en kreeg later een belastingteruggave van f 4.670,-- over dat jaar. De gemeente Zwolle besloot een bedrag van f 3.507,17 terug te vorderen, omdat deze teruggave als inkomen werd aangemerkt. Appellante stelde zich op het standpunt dat zij als zelfstandige moest worden beschouwd en dat de zelfstandigenaftrek niet als inkomen mocht worden gezien.
De Raad stelde vast dat voor het tijdvak 1 januari tot 12 september 1996 de Algemene Bijstandswet (ABW) van toepassing was en dat de terugvordering op een onjuiste grondslag berustte. Voor de periode van 13 september tot 31 december 1996 was de nieuwe ABW van toepassing, waarin de terugvordering wel kon worden gebaseerd op de teruggave.
De Raad oordeelde dat de zelfstandigenaftrek een algemene belastingfaciliteit is en niet onder de uitzonderingen valt die terugvordering uitsluiten. Ook was er geen sprake van een in rechte te beschermen vertrouwen dat appellante als zelfstandige zou worden aangemerkt. Daarom moest de terugvordering worden gehandhaafd voor het deel dat betrekking had op de periode na 12 september 1996.
De Raad vernietigde het bestreden besluit vanwege de onjuiste grondslag voor het eerste deel van het jaar, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde hij de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van de belastingteruggave over 1996 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.