ECLI:NL:CRVB:2002:AE2857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Onbevoegde aanwijzing haardracht militair tijdens NAVO-missie en schending persoonlijke levenssfeer
Appellant, sergeant der eerste klasse bij de Koninklijke luchtmacht, werd in juni 1996 uitgezonden naar een NAVO-missie. Zijn uitzending werd beëindigd omdat hij zich niet hield aan de aanwijzing C-TL-A001 betreffende korte haardracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat de aanwijzing C-TL-A001 niet door de bevoegde bevelhebber is bekrachtigd en derhalve onbevoegd is gegeven. Ook als die bekrachtiging wel had plaatsgevonden, is de eis onvoldoende onderbouwd. De professionele uitstraling die een korte haardracht zou vereisen, is onvoldoende concreet gemaakt en niet in overeenstemming met NAVO-regelgeving, die verwijst naar nationale normen waarbij lang haar bij mannelijke militairen maatschappelijk aanvaard is.
Verder heeft gedaagde niet aannemelijk gemaakt dat appellants werkzaamheden een afwijking van de vrije haardracht noodzakelijk maakten. Appellant had nauwelijks contact met buitenlandse militairen en zijn voorganger droeg ook lang haar zonder problemen. De Raad vernietigt de bestreden besluiten en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten die appellant verplichten zijn haar kort te dragen en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten.