ECLI:NL:CRVB:2002:AE3400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering reïntegratie-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis WW
Appellante viel wegens ziekte uit voor haar werkzaamheden als leerling verpleegkundige en volgde later een opleiding verzorgende. Gedaagde kende haar aanvankelijk een arbeidsongeschiktheidsuitkering toe, maar wijzigde dit later naar minder dan 15% arbeidsongeschikt op grond van geschiktheid voor gangbaar werk. Gedaagde weigerde vervolgens een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) en de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) toe te kennen, omdat appellante niet voldeed aan de wekeneis die geldt voor het recht op een WW-uitkering.
De rechtbank Middelburg vernietigde het eerste besluit waarin de WW-uitkering werd geweigerd, maar verklaarde het beroep tegen het tweede besluit, de weigering van de reïntegratie-uitkering, ongegrond. Appellante kwam in hoger beroep tegen het deel van de uitspraak dat de weigering van de reïntegratie-uitkering betrof. Zij stelde dat de weigering niet terecht was omdat zij wegens het volgen van een opleiding niet beschikbaar was voor arbeid, en dat dit onder de uitzondering van artikel 23, tweede lid, van de Wet REA viel.
De Raad overwoog dat de weigering van de WW-uitkering niet was gebaseerd op het niet beschikbaar zijn voor arbeid, maar op het niet voldoen aan de wekeneis. Hierdoor kon appellante niet worden gelijkgesteld met een arbeidsgehandicapte die recht heeft op een uitkering op grond van de WW of de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de reïntegratie-uitkering wegens het niet voldoen aan de wekeneis van de WW.