ECLI:NL:CRVB:2002:AE3454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beschikbaarheid passende arbeid en recht op WW-uitkering na psychische arbeidsongeschiktheid
Gedaagde was sinds 1979 werkzaam als administratief medewerker en viel in 1995 uit wegens psychische klachten. Zijn arbeidsongeschiktheid werd per 4 december 1996 herzien naar 35-45%, waarbij hij geschikt werd geacht voor minder stresserende deeltaken van zijn eigen werk. De werkgever stelde echter dat passende arbeid niet beschikbaar was en vroeg toestemming voor ontslag, welke werd verleend.
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, weigerde de WW-uitkering op grond van verwijtbare werkloosheid, stellende dat het dienstverband voortduurde en passende arbeid beschikbaar was. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was onderzocht welke werkzaamheden passend waren en dat er geen feitelijke basis was voor de stelling van appellant.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Hoewel de werkgever mogelijk onwil had om reïntegratie serieus te onderzoeken, was er onvoldoende duidelijkheid over passende arbeid. De Raad benadrukt dat appellant onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar reïntegratiemogelijkheden en vernietigt het bestreden besluit voor zover aangevochten. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de kosten van gedaagde.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover aangevochten en appellant wordt veroordeeld in de kosten van gedaagde.