ECLI:NL:CRVB:2002:AE3802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering bij co-ouderschap en terugwerkende kracht
Appellant, gescheiden en met co-ouderschap van twee kinderen, kreeg een bijstandsuitkering met co-oudertoeslag toegekend. De gemeente herzag deze uitkering met terugwerkende kracht omdat de feitelijke zorg en verblijf van de kinderen niet overeenkwam met de afspraken.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde de herziening. Appellant stelde in hoger beroep dat de co-oudertoeslag ten onrechte met terugwerkende kracht werd ingetrokken. De Raad oordeelde dat voor de periode vóór 1 juli 1997 de herziening niet op de juiste wettelijke grondslag berustte en vernietigde het besluit voor die periode. Voor de periode daarna was de herziening terecht, omdat appellant niet voldeed aan de co-ouderschapscriteria en zijn informatieplicht had geschonden.
De Raad bevestigde dat bij co-ouderschap de bijstand moet worden afgestemd op de feitelijke situatie en dat de gemeente richtlijnen mag hanteren. De proceskosten werden aan de gemeente opgelegd. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de Algemene bijstandswet bij co-ouderschap en de grenzen van terugwerkende kracht.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de bijstandsuitkering wordt vernietigd voor de periode 1 januari 1996 tot 1 juli 1997 en bevestigd voor de periode daarna.